Nu zou je denken dat er na 28 marathons op je palmares niets meer te schrijven valt. Maar toch moet ik jou als lezer hier ongelijk in geven. Het zijn niet alleen de 42 kilometers (en een beetje) die je voor de zoveelste keer hebt doorstaan. Nee, het is vooral het gezelschap waarmee je op stap gaat. En ik zal je uitleggen waarom 😉

Nadat we de Linz-Donau Marathon op 23 oktober jl. hadden beleefd met een compleet nieuwe groep (op Kees Wijsman na dan…), bleek al snel dat de “first timers” direct verslaafd waren geraakt aan het fenomeen “Marathon-trip”. Zowel Sheila de Stefano als Irene Ludick lieten er geen enkele grasspriet over groeien en meldden zich al kort na terugkeer aan voor “die van Parijs”.

Je weet hoe besmettelijk dit kan werken, dus binnen de kortste keren had zich al een klein leger aangesloten bij deze twee. Ikzelf had Parijs al een keer volbracht, maar daarvoor moest ik wel even 13 jaar terug in de tijd. Deze stond nog steeds in mijn geheugen gegrift aangezien ik destijds voor het eerst onder de 3u30m wist te finishen. En omdat ik nog geen plannen had voor het voorjaar van 2023, was de keuze snel gemaakt: “we gaan op herhaling”.

Tegen het einde van 2022 was de groep al gegroeid tot maar liefst 18 man/vrouw. Dus dit begon al aardig op een schoolreisje te lijken. Ik moet er wel bij vermelden dat er 6 (onder leiding van Irene Ludick) al een locatie gevonden hadden. Dit zou een jeugdhostel worden in de buurt van de Champs Elysees. De overige 12 werden verdeeld over een fraai appartement en een hotel in dezelfde straat in de buurt van metrostation Les Gobelins. Voor degene die niet zo bekend zijn in de Franse hoofdstad: dit ligt ook vlakbij Place d’Italie en de wijk Montparnasse.

Hoe we met z’n allen het weekend van 2 april 2023 zouden doormaken, was niet iets om je druk over te maken. We zien het wel. En zo gebeurt het altijd tijdens een marathon-weekend van Lekker gelopen!

De voorbereiding verliep echter niet voor iedereen vlekkeloos: de één kon 5 weken ervoor nog amper lopen, de ander kampte met rugproblemen. Dit zijn vaak gehoorde klachten in de aanloop naar een wedstrijdje van 42,2km. En ineens zijn de klachten weg!  Zo had ik zelfs de dag van tevoren een soort kramp aan de buitenzijde van mijn linkerkuit. Geen idee waar het vandaan kwam, maar het stoorde me voldoende om me flink wat zorgen te maken over de afloop van de marathon. Gelukkig had Erik Westerhof een familie-fles magnesiumolie meegenomen, waar ik natuurlijk dankbaar gebruik van maakte. 

En je gelooft het of niet: ik heb daarna niets meer gevoeld. Maar dat kwam misschien ook door mijn super-schoenen en de Advil-paracetamol-combi die ik preventief had ingenomen. Het blijkt een natuurlijke reactie te zijn van je lichaam. Stress zorgt immers voor de meest onwaarschijnlijke ongemakken en daar kan iedereen over meepraten.

Enfin, nu het marathon-weekend eindelijk was begonnen, konden we onze dagelijkse beslommeringen thuis laten en de focus leggen op 2 april. De rit naar Parijs verliep overigens vlekkeloos. Met de Thalys ben je immers binnen 2 uur en 45 minuten op Gare du Nord gearriveerd. Hoe relaxt is dat?! Als ik dat vergelijk met de monsterrit in de regen naar Linz, dan is dit puur genieten en uitgerust aankomen.

We pakten vervolgens de metro naar ons appartement en binnen een half uur waren we alweer onderweg naar de Expo. Deze ligt bij Porte de Versailles, wat wederom een ritje van 30 minuten betekende via de ondergrondse trein. Wat is dit toch een genot! Wat minder prettig was: het weer ☹. Sta je in de rij voor de ingang van de expo, “all hell breaks loose”. Zonder paraplu zou je echt helemaal doorweekt zijn. Gelukkig zijn wij Nederlanders op alles voorbereid, dus bijna iedereen had een pluutje meegenomen. Wel zo fijn!

Eenmaal binnen werd de inhoud van de rugzak nog even gecontroleerd, net als bij de ingang van het startvak. Daarna konden we eindelijk ons felbegeerde startnummer ophalen. Oh ja, je moest nog wel eerst je medische verklaring (al dan niet vervalst) laten zien. Wat een gedoe om niks. Zal wel iets verzekeringstechnisch zijn. Ik noem het paranoïde. De Italianen kunnen er ook wat van. Maar goed, geen zorgen! Let op je bloeddruk. 🙂

Overigens was deze expo qua omvang één van de grootste die ik in de laatste jaren heb bezocht. Maar niets overtreft die van de New York City Marathon. Je moet erbij geweest zijn om dat te ervaren. Erik kocht nog wat extra zelfvertrouwen in door nieuwe (compressie) tubes inclusief bijpassende L+R sokken af te rekenen. Ook werden extra “Marathon de Paris 2023” shirts bemachtigd, want het Finisher Shirt (dat we pas na de finish zouden ontvangen) viel niet bij iedereen in de smaak. Nog een paar kiekjes en we stonden al snel weer buiten. 

Daarna werd met het grootste deel van “de groep” een restaurant opgezocht en werd een pasta maaltijd naar binnen geduwd. Het stapelen was namelijk al in volle gang. En alleen maar “carboloaden” gaat je op den duur ook tegenstaan. Dan vormt een lasagne of pizza een welkome afwisseling. Na afloop werd de metro gepakt richting Les Gobelins en sloten we de dag af met een biertje in het café om de hoek of werd het mandje opgezocht. Zo, dat was de vrijdag.

Na een prima nachtrust – de bedden lagen immers uitstekend – kon gestart worden met de zaterdag. Voor mij betekent dit eigenlijk (bijna) niets doen. Ik heb namelijk slechte ervaringen overgehouden aan te veel activiteiten op de dag voor de marathon. Dit heb ik namelijk moeten bekopen met een uiterst moeizame marathon. Maar goed, Irene Ludick had nog een excursie voor ons in petto, aangezien zij als lerares Frans en geschiedenis in de afgelopen week al was geland in de Franse hoofdstad. Ik zie mijzelf niet als spelbreker, dus verzamelden wij allemaal (dus alle 18) bij Centre Pompidou. Vandaaruit werd een wandeling van slechts 2,9km ingezet door met name de Joodse wijk. Dit deel van Parijs had ik nog nooit gezien, dus ik heb er dan ook zeker wat van opgestoken.

Na afloop streken we neer in een café-restaurant op Place de la Bastille. Dit was toch wel het hoogte- of (misschien wel) dieptepunt van de dag. We dronken de duurste koffie ooit. Ik zal de prijs niet noemen, maar (ter vergelijking) je kunt er een vliegticket naar de VS mee boeken in het voorjaar. Maakte allemaal niet uit: het was best wel een lekker bakkie 🙂

De rest van de dag verliep rustig, voor mij althans. Eenmaal terug in ons fraaie appartement aan de Rue de Croulebarbe werd langzaamaan begonnen met de (mentale) voorbereidingen voor de dag des oordeels. Ook al zou dit de 28e keer zijn dat ik deze afstand rennend ging volbrengen, elke keer weer neemt de spanning toe. Van twijfel was eigenlijk geen sprake, behalve dan die irritante linkerkuit. Nee, ik had netjes het marathon trainingsschema gevolgd. Misschien had ik nog meer kilometers kunnen maken, maar dat was dan ook het enige wat voor verbetering vatbaar was. En aan mijn materiaal lag het al helemaal niet. Ik liep immers voor de 2e keer op mijn Alphafly’s, dus wat kon mij nog weerhouden van een goede eindtijd? 

Heuvels? Echt niet! We hebben Athene en Madrid doorstaan, dus alles wat daarna volgt is appeltje-eitje.

Kramp? Ik slik sinds januari elke dag 400ml Magnesium, dus ik achtte de kans zeer klein.

De man met de hamer dan? Ik heb juist goed gelet op voldoende koolhydraten en veel drinken in de afgelopen week. Daarnaast vertrouw ik sinds Linz op Maurten. Eliud loopt er goed op, dus waarom ik niet?! 

Dus, niet zeuren en gewoon met vertrouwen aan dit loopje beginnen. En zo geschiedde.

Zondagmorgen 04:10u….

10 over 4? Ja, je leest het goed. Op dat tijdstip werden we gewekt door Hessel. Hij ging als rookie mee naar Parijs, aangezien hij in oktober helaas niet meekon naar Oostenrijk. 

Jongens… het is 10 over 6. Jullie wekker is niet afgegaan. Huh? Ik zou toch zweren dat het pas 10 over 4 was. Frank (my roomy) snapte er ook al niks van. He man! Het is 10 over 4. Oh, dan zag ik het toch niet goed zonder bril. Pfff… lekker begin van de dag. Als dat maar geen voorbode was van ander onheil.

Toch nog in slaap gesukkeld ging onze wekker om 05:30u. Ja, we moesten er echt vroeg uit, aangezien het nog een klein half uur met de metro was naar Place de Charles de Gaulle. En er moest ook nog gegeten worden en niet te vergeten een paar keer naar het toilet. Ook de gebroeders Westerhof zouden met ons vroeg vertrekken. Wij startten namelijk in de eerste startwaves vanaf 8.30u, dus je moest zeker een uur van tevoren bij de tasseninname (op Avenue Foch) zijn. Het was namelijk nog een klein kwartier lopen naar het startvak aan de andere kant van de Arc de Triomphe, dus op de Champs-Élysées. 

Frank zou om 8.30u starten omdat hij als te verwachten eindtijd 3 uur en 18 minuten had opgegeven. Was hij helderziend ofzo?! Hij zou uiteindelijk finishen in exact deze tijd! Niet normaal!

Wij – Hessel, Erik, Martin en ik (Lucien) – mochten om 8:45u vertrekken. Eenmaal gearriveerd in het blauwe startvak kon het aftellen beginnen. Omdat de temperatuur vandaag niet boven de 8 graden uit zou komen, heb ik op het allerlaatste moment besloten om een thermoshirt onder mijn shirt met lange mouwen aan te doen. En dat bleek een Gouden zet. De zon liet zich die dag geheel niet zien, en met de frisse wind (volgens Gerard windkracht 7) was het ronduit fris. Overigens werd dit door Frank al snel gecorrigeerd naar 7 meter per seconde, wat slechts een windkracht 3 betekende. Gelukkig maar, want ik had geen zin in een straffe tegenwind langs de Seine.

Voor mij klonk het startschot om 8:50u. Nou, daar gaat ie dan….

Hessel was al snel uit het zicht. De gebroeders was ik in het startvak al uit het oog verloren. Ze waren (weer eens) aan de praat geraakt met een Nederlandse dame in hardlooptenue. En dan weet je het eigenlijk al. Geen focus op belangrijke zaken. Martin kon wel wat afleiding gebruiken, aangezien hij nog herstellende was van zijn kaakoperatie. Sindsdien had hij niet meer dan 25km gelopen en was de verzuring zijn grootste vijand. Erik was gewoon Erik. Hij kan (nog steeds) met 1 keer per week hardlopen een marathon uitlopen.

Ondertussen liep ik fris en fruitig op mijn carbonplaten van Nike richting Place de la Concorde. Ik had alle ruimte omdat de startvakken ook nog eens in startgolven verdeeld waren. Dus geen drukte bij de start, wat wel zo lekker is. De kilometers vlogen voorbij en mijn eerste 5km liet een mooi gemiddelde zien: 5:10 min/km. Mijn hartslag lag rond de 140, dus dat gaf vertrouwen. Het Louvre was ik ook al gepasseerd, dus nu op weg naar Place de la Bastille. Daar zouden we 2 keer langskomen, dus dat was een mooi mikpunt.

Marc Crombaghs (ja, hij was ook mee) zou als “niet-loper” ons aanmoedigen en vastleggen, mocht hij daar tijd voor hebben. Dit was al een onmogelijke taak aangezien we – vanwege de verschillende starttijden – niet gelijk konden starten. Dit verschil zou alleen maar verder oplopen, dus Marc moest keuzes maken. Ik zou niet graag in zijn schoenen staan, want je kijkt je helemaal tureluurs naar die mensenmassa van ruim 50.000 lopers. Uiteindelijk wist hij de meesten wel een keer gezien te hebben. Ik heb hem alleen gespot op kilometer 19, of eigenlijk andersom: hij spotte mij.

Op dat punt waren we Bois de Vincennes al haast uit en ging het vervolgens (via Place de la Bastille) richting de Seine. Daar moesten we 9km meerdere tunnelbakken in en uit. En dat viel eigenlijk best wel tegen. Ik kan me de editie van 2010 niet zo heel goed meer herinneren, dus het aantal tunnels was me niet bijgebleven. Dit op en af lopen stopte pas bij kilometer 34. Ik wist ze uiteindelijk goed te doorstaan, want ik bleef goed drinken en mijn Maurten gels deden hun werk. Dus geen kramp en mijn hartslag kwam amper boven de 150 uit. 

Nog maar 8km. Klinkt niet veel, maar als je op 80% van de marathon zit/loopt, dan lijken die kilometers ineens 2 keer zo lang te duren. En toch ging ik niet kapot!

Het uitzinnige publiek, dat langs de route stond, was echt de 12e man op het veld. Wat kreeg ik daar (figuurlijk dan) een flinke dosis energie van. Mentaal gezien deed dit veel met me. Ik wist dat het einde in zicht kwam, maar ik was er nog niet. Bois de Boulogne kwam eerst. Dit stuk is flink ingekort sinds mijn editie uit 2010. Wat kinderkopjes en kleine hellinkjes brachten mij niet uit balans. Daarna vals plat naar beneden afgewisseld door een paar verraderlijke stukjes licht naar boven. Maar net lang genoeg om menig andere loper tot wandelen te verplichten. Ik niet, want hartslag was nog niet op recordhoogte. Bij elke drinkpost ben ik heel even gaan wandelen om rustig te kunnen drinken. Daarna kwam ik moeiteloos weer in beweging. Nou ja, je moet ook niet gaan overdrijven: het beste was er toch echt wel vanaf.  Mijn tempo had tot en met kilometer 35 op gemiddeld 5:05 min/km gelegen, wat voor mij buitengewoon goed aanvoelde. In de laatste 7km liep dit gemiddelde wel iets op, maar dat kwam vooral door het vals plat naar boven rond kilometer 38 en het wandelen bij de drinkpost.

Nog 3km…. Jemig is het nog maar 3?

Er kwam een grijns op mijn gezicht die velen wel van mij gewend zijn. Maar nu kon ik ook echt genieten van deze marathon. Tuurlijk, het is zwaar, maar de euforie overtreft alles.

Het gevoel van onoverwinnelijk te zijn, zeker in de laatste fase van deze 42km, is en blijft een magisch iets. Ook dit zul je zelf moeten ervaren om te begrijpen wat ik hiermee bedoel. 

De laatste 350m, de laatste bocht richting Avenue Foch. En daar is ie: de finish, de ultieme beloning van hard werken. Ik had wederom mijn Kipchoge momentje. Armen omhoog, het publiek groetend en een geweldige adrenaline kick die zijn weerga niet kende. Uiteindelijk kostte het me slechts 3 uur en 35 minuten om de eindstreep te halen.

Gotsamme… weer geflikt en natuurlijk kwamen de emoties. Waarom niet, je hebt jezelf weer overwonnen! Het maakt niet uit of het nu je eerste marathon is of je 28e. Het gevoel blijft onbeschrijflijk. Inmiddels tel ik 54 lentes en ben ik nog steeds dankbaar dat ik hiertoe in staat ben. Dat besef ik mezelf soms te weinig. Kijk naar Kees, met zijn 69 jaar. Die loopt hem gewoon even uit in 3 uur en 55 minuten. Alsof het niets is!

Ik had Frank natuurlijk al eerder genoemd met z’n 3 uur en 18 minuten. Hij verbrijzelde zijn oude PR met vele minuten en behoort nu tot de elite. Over elite gesproken: ik hoorde pas in Parijs dat Hessel een buitenaards marathon-verleden heeft. Blijkt hij ooit (meer dan 20 jaar geleden) onder de 2 uur en 40 minuten de marathon te hebben uitgelopen. Eeuwige roem en respect voor hem wat mij betreft. Dat zijn wekker dan om 04:10 afloopt, is hem bij deze vergeven!

Ook Irene ten Donkelaar wist haar magische barrière van 4 uur te doorbreken door in 3 uur en 57 minuten te finishen. Nog eentje die haar beste tijd wist te verbeteren, was Geertje Bekebrede. Dit was pas haar tweede marathon met een eindtijd van 4 uur en 15 minuten.

Uiteindelijk wist iedereen uit de groep te finishen, dus ook de lopers met blessures in de afgelopen maanden. Robert Heerekop heeft (op advies 😉 ) puur op hartslag gelopen en kwam dus buitengewoon fris aan de finish. Ik vind het werkelijk super knap wat ze allemaal gepresteerd hebben.

Er dient nog wel een andere bijzondere vermelding te worden gemaakt. Erik presteerde het namelijk om tijdens de marathon 3 Dixies en 1 openbaar toilet te bezichtigen. Dit is een nieuw record! Je wilt natuurlijk weten hoe dit komt.

Erik is een loper die geen gels gebruikt tijdens de marathon. Ik bedoel: waarom zou je? Maar dit keer maakte hij een uitzondering door er eentje van Martin aan te nemen. Hier, neem er eentje van mij. Dat zal je goed doen! Nou ja, de rest is history. Maag- en darmklachten waren het gevolg. Ik laat het verder rusten want dit is toch een leermoment, denk ik. Achteraf vertelde hij me dat het tot kilometer 25 geweldig ging. Ja, dat zag je ook wel aan hun doorkomsttijden. Het duurde na afloop nog wel even voordat de kleur terugkwam in zijn gezicht. Datzelfde gold ook voor zijn broer trouwens.

Omdat de tijdsverschillen uiteindelijk heel groot waren, was het niet te doen om op elkaar te blijven wachten. Daarom werd de samenscholing verplaatst naar de avond in een heerlijk restaurant op korte afstand van ons appartement. 

Alle verhalen en ontberingen kwamen ter sprake. Saskia gaf aan nooit meer een marathon te willen lopen. Hmmm… waar heb ik dit eerder gehoord. Komt goed, nietwaar Marc?! Er werd heerlijk gegeten, natuurlijk met die bijzondere medaille om onze nek. 

Ik geniet nog steeds, zelfs 12 dagen na deze geweldige trip, want dat was het zeker! En dan heb ik het nog niet eens over medal monday: de dag dat we heerlijk in een voorjaarszonnetje door deze magische stad konden slenteren. Pijn in “je poten” had je toch al, dus dan maakte die (ongeveer) 10km op de maandag ook niet meer uit.

Wat heb ik genoten, niet alleen van de trip ansich, maar vooral ook weer van de loopmaatjes die na maanden van training dat ultieme doel nastreven: het uitlopen van een marathon. Ieder voor zich met een eigen reden. Daar kun je toch alleen maar ongelooflijk veel bewondering voor hebben?!

Wat zal er nu in die koppies omgaan? Tijd voor een volgende of toch maar even pas op de plaats? Bij mij gaat het alweer kriebelen. Bij jou ook?

Om even het overzicht compleet te maken. Wie waren er eigenlijk allemaal mee?

Chantal Kamminga, Geertje Bekebrede, Robert Heerekop (+ partner Simone), Gerard de Groot, Saskia de Groot, Irene Ludick, Sheila de Stefano, Irene ten Donkelaar, Hessel Faber, Kees Wijsman, Erik Westerhof, Martin Westerhof, Marc Crombaghs, Mireille van Starrenburg, Frank van den Berg, Anne-Marie Nelck, Lucien de Konink.

Groet,

Lucien de Konink.