Even een weekendje weg met vrouw- en dochterlief naar het (meestal niet) zonnige Manchester. De marathon in deze Britse stad stond al een aantal jaren op mijn hardloop-bucketlist, dus het moest er nu maar eens van komen.

De Manchester Marathon is de op een na grootste van het VK en de op vier na grootste van Europa, dus dat wil wel wat zeggen. Er lopen immers bijna 33.000 lopers mee in dit puur Britse evenement. Buitenlandse hardlopers zijn er amper, maar dat maakt het niet minder speciaal. Integendeel, de organisatie is buitengewoon goed geregeld. Sober, maar degelijk. Sober omdat je er geen Expo zult vinden zoals bij menig andere grote marathon. Goed geregeld, omdat elke loper vanaf hetzelfde startpunt begint: het Emirates Cricket Stadium Old Trafford. Je wordt in startgolven naar de start van de marathon begeleid, dus chaotische taferelen zul je hier niet aantreffen (alleen bij de douane dan op MAN Airport).

Ons hotel zat letterlijk vast aan dit cricket stadion, dus voor mij was het op D-day heel relaxed opstaan en rustig je “dingetje” doen. Eerst rustig wakker worden om 7:15u, daarna lekker een ontbijtje naar binnen werken, voor zover je nog wat naar binnen kon krijgen. Ik was namelijk behoorlijk gespannen in de afgelopen dagen, nadat eerder deze week ineens mijn onderrug ging opspelen. Dit is niet nieuw voor mij, maar het vreet wel energie. Maar goed, er moest toch gegeten en gedronken worden. Dus het werd een schaaltje yoghurt met wat granola en een croissantje met aardbeienjam aangevuld met mijn laatste Maurten carboloader.

Na afloop trok ik mijn favoriete hardloopsetje aan. Dit is nog steeds mijn Rock’n’Roll shirt van Madrid. Qua schoeisel loop ik al een paar jaar op Nike Alphafly en die bevallen me prima. Zo goed zelfs, dat ik een paar weken geleden de hand heb kunnen leggen op de allerlaatste versie. Rond 8:45u was ik klaar voor vertrek, maar eigenlijk was ik nog veel te vroeg. Het was maar 10 minuten lopen naar het startvak, dus waarom zou ik al met 6 graden het Britse weer gaan trotseren?

Ik wist het antwoord natuurlijk allang, maar negeerde het toch. Op naar de start op Chester Road. Eenmaal buiten bleek ik niet de enige die niet kon wachten. Ik zou starten in “The Green Wave” en dus pas om 9:45u. Had iets met adrenaline en wedstrijdspanning te maken. Laten we het daar maar op houden, nietwaar?!

Het was en bleef gelukkig droog, dus ik hoefde me geen zorgen te maken over doorweekte schoenen of ander ongemakkelijk leed. Eigenlijk waren het ideale weersomstandigheden voor een prima loopje door de straten van Manchester. Niet veel later arriveerde ik bij de startplek. Het leek net of ik de enige buitenlandse deelnemer was. Allemaal Britse koppies. Je pikt ze er zo uit. Ik stond toevallig achter twee Portugezen. Hoe herken je die dan? Nou gewoon… er stond “Portugal” achter op hun shirt dus…

Nog een paar minuten en we konden eindelijk op weg, de weg naar (weer) eeuwige roem. Want zo voelt het toch elke keer weer, zelfs na 30 marathons. Ik deed mijn wegwerpkleding (die gedoneerd werd aan het goede doel) uit en gaf mijn banaan (die ik meegenomen had uit het hotel) aan een toeschouwer. “Well thank you mate!” kreeg ik als reactie. Aardige lui die Britten. Je kunt veel van ze vinden als het gaat om uiterlijk vertoon (veel teveel tatoo’s, nep-wenkbrauwen, nep-wimpers, botox en kilo’s), maar vriendelijk zijn ze over het algemeen wel. Daar kunnen wij als Nederlanders nog wat van leren.

En… GO!

Daar gingen we, 26.2 Miles ofwel 42,195 km door de straten van deze prettige stad over goed asfalt en een vlak parcours. Nou bijna dan… De eerste kilometers verliepen heel goed. Ik sloot me direct aan bij de Pacer van 3u:30m en dat betekende een tempo van net geen 5 min/km. Deze pacer liep met een paarse vlag inclusief beoogde eindtijd erop geprint. Dus die herken je tamelijk goed op grote afstand. Amper 5 kilometer onderweg zag ik hem plotseling sterk naar rechts afbuigen. Huh, what the f…? Wat gaat die nu doen?  En toen besefte ik het pas. Hij moest een pitstop maken. Hij stormde een Dixie in en deed de deur achter zich dicht zonder in de gaten te hebben dat zijn vlag nog boven de deur uitstak. Dit zorgde voor wel heel veel hilariteit, zeker omdat dit niet onopgemerkt bleek bij het grote publiek dat daar langs de weg stond. 

GEWELDIG! Ik kon mijn lach echt niet inhouden. En dit zorgde meteen ook voor wat ontspanning. Ik had al gezien op mijn Garmin dat mijn hartslag al veel hoger was dan tijdens mijn lange duurlopen. Dan moest toch echt te maken gehad hebben met mijn onderrug-perikelen. Een andere verklaring kon ik op dat moment niet bedenken. Tja, wat nu? Geen pacer en ik was niet de enige die een beetje vertwijfeld om zich heen keek. Was er dan geen reserve pacer?

Nope, dus “we are on our own!”. Mij maakte het niet uit, aangezien ik prima mijn eigen tempo kon lopen. Knop om en gaan! Het parcours kronkelde door het centrum van Manchester en was werkelijk geweldig! Het uitzinnige publiek moedigde echt iedereen aan. Of je nu uit het VK kwam of niet, ze maakten geen onderscheid. Het gaf mij extra energie en mede daardoor bleef ik netjes onder de 5 min/km lopen. LEKKER!

Eenmaal de stad uit liepen we richting het voetbalstadion van Manchester United: Old Trafford. Daar zou ik Sylvia en Jessica voor het eerst zien op 8 Mile, ofwel 12,8 km. Ik voelde me prima, dus liet dat ook blijken aan de omgeving. En ja hoor, daar stonden ze! High five en een virtuele handkus waren het gevolg, waarna ik met vol goede moed het hele… hele lange stuk tot bijna het halve marathon-punt ging afwerken. Op souplesse en mijn nieuwe Alphafly’s verteerde ik deze kilometers probleemloos en dat was goed voor het vertrouwen. Ondanks mijn hoge hartslag, die nog steeds rond de 150 bungelde. En dat zorgde toch voor wat stress, iets wat je geheel niet wilt hebben tijdens de marathon.

En mijn zorg bleek niet ongegrond. Net voor de 21 km begon ik de druk in mijn onderrug weer te voelen en een hele kleine tinteling in mijn linkerkuit. Hmmm… heb ik weer ☹.

Ik had voor de zekerheid Ibuprofen en Paracetamol meegenomen in mijn Flipbelt (samen met mijn Maurten gels), dus die zou ik hoe dan ook gaan gebruiken. Bij de eerstvolgende drinkpost stopte ik even om de medicatie toe te dienen om zo het vertrouwen weer te herstellen. Als ik dit niet zou doen, dan wist ik zeker dat de laatste 10 km een “living hell” zou gaan worden. Dit was geen prettig vooruitzicht, kan ik je vertellen. Eenmaal weer op gang kreeg ik meteen de eerste flinke helling voor de kiezen. Een lekkere kuitenbijter om maar even in wielertermen te praten. Gelukkig was het geen lange helling, maar toch. Het kon je energievoorraad toch zomaar laten verdampen, wetende dat het nog een flink eind tot de finish was. Ik zag al diverse lopers omschakelen naar wandelen. Iets waar ik voorlopig nog maar even niet over na wilde denken. 

Half way there…

Ik bliepte over de 21,1 km mat van Mylaps, waardoor mijn supporters snel het bericht zouden ontvangen dat het goed ging met het mannetje. Nog steeds lag ik op schema voor net onder de 3 uur en 30 minuten, maar ik wist ook dat er nog wat verval zou gaan komen. Zeker na 25 km gaat dat stemmetje in je hoofd vervelend doen. “He jongen! Zou je het niet eens wat rustiger aan gaan doen?”. Alsof hij wist wat er zou gaan komen! Ik probeerde het zo veel mogelijk te negeren want net voor het 35 km punt zou ik mijn aanhang weer zien. Helaas duurde dit net even te lang, zeker omdat mijn energievoorraad toch echt op begon te raken. Ik had me voorgenomen om elke 4 Mile (6,8 km) een gel te nemen, maar dat schema had ik na 12 Mile al losgelaten. Mijn maag zou dit niet aankunnen dus ik moest de gels meer gaan doseren. En ik wilde al helemaal niet over mijn nek gaan, want dan zou ik nog veel meer vocht verliezen. Dat zou mijn race al helemaal verpesten. Dus, verstand gebruiken en overstappen op water. Het vlakke parcours was dan wel over het algemeen vlak, maar er doken telkens weer venijnige heuvels op. Niet lang, maar net genoeg om het laatste beetje energie uit het lijf te persen.

Inmiddels was ik de 30 km gepasseerd en kon ik me richten op de “meet & greet” met Sylvia en Jessica. Bij elke drinkpost die zou volgen, nam ik even de tijd om tot mezelf te komen. Dit kostte me wel tijd, maar dat interesseerde me echt niet meer. Ik wilde aan de finish komen en niet als een zombie die geen stap meer kon zetten. Juist door even die 10 seconden extra te pakken, kon ik vrij gemakkelijk weer in een acceptabel tempo gaan lopen (5.10 – 5.20 min/km). Dit kan ik namelijk eindeloos volhouden. Dit moet ik natuurlijk ook niet overdrijven, aangezien het op een gegeven ogenblik ook echt wel klaar is. 

En ja… daar stonden ze weer. Ik wist precies waar ze zouden staan, dus ik stak mijn hand omhoog op het moment dat ik ze had gespot. Ook het uitzinnige publiek reageerde hierop, wat me erg goed deed op dat moment. Even wat water drinken, overtollige ballast afgeven, een dikke knuffel en weer gaan.

Kom op, nog maar 7 kilometer (en een beetje). Ik bleef tegen mezelf praten om jezelf mentaal wakker te houden. De weg ging nu weer vals plat naar beneden, dus dat gaf me weer nieuwe energie. Het aantal wandelaars was inmiddels al zorgwekkend te noemen. Het weer was immers nog steeds prima. Sterker nog, het zonnetje liet zich ook zien, wat meteen een aangename temperatuur opleverde. Ik probeerde weer in mijn vertrouwde tempo te lopen en dat lukte best aardig. Bij 37 kilometer nog één hobbeltje die voor velen de nekslag betekende. Ik kon, tot mijn eigen verbazing, mijn tempo vasthouden en dat gaf me een heerlijke boost. Je laat je Godver…. niet kennen, jongen! Daarna liep de weg alleen nog maar licht naar beneden. Gelukkig maar, want ik was er ook wel klaar mee.

The Last Mile

En ineens was daar het 25 Mile bord. Jemig, nog 1,2 Mile en dus maar een kleine twee kilometer tot aan de finish. Ik was kort daarvoor nog wel heel even gestopt bij de laatste drinkpost, maar dat zou de allerlaatste worden. Ik zag de laatste bocht naar links, waar het Trafford Bar tramstation was. Een enorme menigte stond ons daar op te wachten. Ik kreeg meteen kippenvel.

De laatste 800 meter… Ik sprak mezelf toe en realiseerde me op dat moment dat het er dan ook echt bijna weer op zat. Weer genoten, maar op sommige momenten ook echt afgezien. En waar doe je dit dan voor? Wat bezielt je om jezelf dit telkens weer aan te doen? Ik heb er eigenlijk ook geen verklaring voor. Het heeft iets met blije stofjes te maken, werd me ooit eens verteld. Ik vermoed ook dat het met het ouder worden te maken heeft. Je wilt er immers (nog) niet aan toegeven, want je weet dat je het kunt. Zeker nu ik weer op een tijd ging uitkomen die in de top 5 van mijn beste tijden ooit komt te staan.

Ondertussen volgde de laatste knik in de weg en zag ik eindelijk de finish. Mijn bekende grijns verscheen weer op mijn gezicht. Het geweldige publiek schreeuwde naar iedereen die passeerde, dus ook naar mij. Vlak voor de finish hoorde ik mijn naam nog en ik wist dat het mijn trouwe aanhang was. Ik deed heel even mijn ogen dicht en genoot intens van het moment. 

Ik had het gehaald en in een hele beste tijd: 3 uur, 33 minuten en 22 seconden.

Jee, wat was ik (weer) blij dat ik heelhuids over de finish was gekomen. Ik werd natuurlijk weer overvallen door emotie en tegelijkertijd ook enorme voldoening. En weer heeft ie het geflikt. Sterker nog, in mijn leeftijdscategorie zou ik me zelfs voor de beroemde Boston marathon hebben gekwalificeerd. Maar dat is voor later…

Even laten bezinken

Nu is het tijd voor nagenieten en het allemaal even laten bezinken. De maanden van training in overwegend kilometers in lage hartslag hebben vooral voor deze beloning gezorgd. Dat mijn onderrug weer opspeelde heeft uiteindelijk maar een beetje roet in het eten gegooid. Ik ben vooral blij dat ik deze monstertocht weer goed heb kunnen uitlopen en (niet minder belangrijk) ook heb kunnen genieten van deze heerlijke stad en het geweldige publiek.

Laten we die gedachten vasthouden voor datgene wat ons in de toekomst nog te wachten staat.

Nu ik dit verslag zit te schrijven op Manchester Airport, terwijl we ruim 3 uur vertraging hebben opgelopen vanwege het slechte weer, besef ik me maar al te goed dat we veel geluk gehad hebben met het volledig onvoorspelbare Britse weer.

Ach, het zal ons wel gegund zijn. 😉

Groet, 

Lucien de Konink.